kaart © openstreetmap.org

Een stukje geschiedenis

In de 18e eeuw al nam een in Den Haag wonende Zwitserse predikant, A. Perrenot, om gezondheidsredenen stelling tegen het begraven in kerken. Begraven in en rondom een kerk was immers een nijpend probleem geworden door plaatsgebrek en hygiëne. Er werd gepleit voor het aanleggen van meer geschikte begraafplaatsen buiten de bebouwde kom (1795). Het haalde weinig uit: naast emotionele weerstanden waren er ook financiële bezwaren! Twee jaar later trok men het verbod weer in.

Na inlijving bij het Franse Keizerrijk in 1810 gold ook hier voortaan de Franse wetgeving: de Code Civil: nieuwe begraafplaatsen moesten buiten de bebouwde kom van steden en dorpen worden aangelegd (op straffe van geldboetes en gevangenisstraffen: Code Pénal), voornamelijk vanuit hygiënisch standpunt.

Tilburg vormde eind 18e eeuw een duidelijke illustratie van de noodzaak tot het aanleggen van een begraafplaats buiten de bebouwde kom. De 1000 jaar oude gewoonte om in en rond de kerk te begraven was ook hier een nijpend probleem geworden. Maire Martinus van Dooren ontving op 06-10-1810 een bericht van de Franse prefect, dat naar een geschikte plek buiten de stad gezocht moest worden om de doden ter aarde te bestellen. Hij antwoordde, dat er geen geschiktere plaats te vinden was dan “de Schijff en geleegen in het Centrum dezer gemeente op een genoegzaamen afstand van alle heerden”. En aldus geschiedde.